Lancaster W4861
Onderstaande beschrijving van de Lancaster-crash is overgenomen uit het boek Huzaren van de nacht, deel 1, (ISBN 90-6693-100-0), met toestemming van de schrijver Coen Cornelissen uit Almelo.

Andermaal Dortmund
Na een onderbreking van negen dagen had het geallieerde opperbevel een grootse aanval gepland. Op 24 mei 1943 kregen 826 bommenwerpers Dortmund als doelwit opgedragen. Sinds de “1000 Bomberraids” van de zomer van 1943 was een dergelijk grote luchtvloot niet meer samengesteld. Sir Arthur Harris had maar een doel: Dortmund moest van de kaart worden geveegd!

Het bombardement verliep naar wens en de raid werd door de Engelsen als succesvol beschouwd: bijna 2000 gebouwen werden vernietigd en diverse fabrieken kregen voltreffers te verduren. Met name Hoesch Stahlwerke had aan sterke aanvallen blootgestaan. Dit keer kwamen 599 mensen om het leven, werden er 25 vermist en raakten 1275 personen gewond.

Een mix van brisant- en brandbommen had met een dodelijke precisie zijn vernietigende werk gedaan. Britse staafbrandbommen produceerden een temperatuur van 2000 graden Celsius en tijdens de oorlog zouden er tachtig miljoen op Duits grondgebied terechtkomen. Ze konden gigantische vuurstormen veroorzaken, branden, die alles vernietigden wat op hun pad kwam, ook mensen…

In sommige schuilkelders en onder de puinhopen van ingestorte huizen vond men de stille getuigen van de catastrofe. In eerste instantie leek er iets van een menselijke gedaante te liggen, maar zodra de bergers de verkoolde lichamen aanraakten, verpulverden de volledig gecremeerde overblijfselen tot as. Vrouwen, kinderen, bejaarden, niemand werd ontzien. Soms werd door de hitte alle vocht uit de lichamen onttrokken en werden de slachtoffers gereduceerd tot het formaat van een pop! Tijdens het ruimen werden de doden in zinken teilen vervoerd; in een ketel pasten drie lijken en in een wasteil zeven tot acht.

Op pad met een man uit Yorkshire
In het graafschap Lincolshire lag vliegveld Wickenby, waar No 12 RAF Squadron was gestationeerd. Buiten de hangars stonden Lancasters gereed voor actie, net als op tientallen andere vliegvelden in Engeland. Ze waren van top tot teen gecontroleerd.

Een van die toestellen was de Avro Lancaster Mark 1 W4861 PH-M. De bommenwerper kon tot de echte “veteranen” worden gerekend, want het vliegtuig had 90 missies achter de rug. Hiermee had de oude, vertrouwde PH-M niet minder dan drie crews “overleefd”: mannen die hun plicht hadden gedaan en voor wie de taak erop zat. Inmiddels was de Lancaster al aan z’n vierde bemanning toe, maar desondanks verkeerde de luchtreus in een blakende toestand.

We stellen u voor aan de inzittenden:

Piloot F/O William N. Mounsey,
27 jaar

Navigator P/O Flying Officer
William B. Whitaker, 22 jaar


Bommenrichter Sgt. Albert Dews, overlevende, 22 jaar (links)
Boordwerktuigkundige Sgt. Walter B. Jowett, overlevende, 23 jaar (rechts)
Op bezoek in Markelo in 1993

Radiotelegrafist Sgt. Robert S. Miller, 19 jaar,

mm

1943 Sgt. K. Legg Air Gunner; Joan Legg en Aileen

Rugkoepelschutter Sgt. Kenneth G. Legg, 23 jaar
Zijn vrouw en dochter Joan Legg en Aileen

1949 Staartkoepelschutter
Sgt. Harry Pierpoint, 22 jaar (derde van rechts)
Rechterfoto: 1949, het graf van
H. Pierpoint verzorgd door Gerry Roosdom

1942 Flying Officer W.B.Whitaker, navigator

mm

mm

mm

mm

1992 Walter Jowett bezoekt Markelo

Deze nacht gaan wij op pad met een man uit Yorkshire, boordwerktuigkundige Walter Jowett. We volgen zijn verhaal:

“Alle bemanningsleden moesten zich melden voor de briefing en voor de instructies over het doelwit […]. Ons doel was Dortmund. Na de briefing mocht niemand het kamp uit, om redenen van beveiliging. Buiten bij de bevoorrading verliep alles gehaast. Bommen werden opgetakeld en de brandstof werd tot meer dan 2000 gallons aangevuld. De motoren werden nagelopen. De piloot en de boordwerktuigkundige gingen met het vliegtuig de lucht in, vlogen een aantal proefrondes en gaven alle informatie door aan het grondpersoneel. In ons geval bleek de brandstoftoevoer niet adequaat te werken.

’s Avonds werden de bemanningsleden naar de verschillende vliegtuigen gebracht. Alle bemanningsleden gingen aan boord met parachutes en koffiekannen, aangezien er voor de reis iets te drinken nodig was.

De motoren zijn klaar om te starten, de meters geven de RPM’s (revs per minute) aan. Het groene waarschuwingslampje geeft ons toestemming om het toestel in beweging te zetten naar de startbaan, te starten en op te stijgen. Piloot en boordtechnicus werken samen en doen een schietgebedje, dat ze de enorm zware lading onder in het ruim de baas zullen worden […]. We hopen er maar het beste van. Het zou einde oefening betekenen als de motoren ermee op zouden houden. God zij dank, we klimmen omhoog en halen opgelucht adem.

We zetten koers naar Lincoln en klimmen gestadig, totdat we de gewenste vlieghoogte (20.000 voet) boven Duitsland bereiken. Onze navigator houdt ons bij tijd en wijle op de hoogte van onze positie en bovendien van de uitzending van Radio Sparks.

Boven de zee, richting Nederland, hebben we goed zicht, we kunnen tot aan Dortmund kijken! Naarmate we verder vliegen, zien we Lancasters in vlammen omlaag gaan, gelukkig dat wij het niet zijn!

We moeten volgend een ingestelde kompaskoers naderen, om een botsing met collega’s te voorkomen. Onze bommenrichter Dews treft voorbereidingen om de bommenlast naar beneden te gooien. De piloot geeft zijn fiat en daar gaan ze, naar het arme, oude Dortmund. We moeten denken aan Londen en aan onze andere steden die zo hebben geleden. Na een bepaalde tijd bedient de bommenrichter een camera, om een foto te maken en daarna naar de basis terug te keren.”

Versteend van schrik

Hun taak lijkt er op te zitten en de bemanning van de Lancaster aanvaardt de thuisreis. We laten Jowlett weer aan het woord:

“Plotseling werden we omringd door een verblindend licht. Een van de Duitsers op de grond was het gelukt om ons [in de zoeklichten] te vangen. We wisten dat de luchtdoelgranaten binnen enkele seconden zouden volgen! Onze piloot drukt de stuurkolom naar beneden en we gingen in een gevaarlijke duikvlucht naar beneden, waardoor we uit het licht van de grond raakten.

Na een paar minuten konden we weer rustig ademhalen, ik wachtte op instructies, om weer omhoog te klimmen, maar er gebeurde niets en we raasden steeds verder naar beneden! Ik keek naar de piloot die versteend in z’n stoel zat. Er was geen tijd te verliezen. We hadden ongeveer 4.000 voet verloren, dus met mijn armen over de schouders van de piloot trok ik de stuurkolom naar me toe. Toen na een minuut of zoiets het vliegtuig weer klom, toonde de piloot weer interesse en vroeg om vol gas. Uiteraard deed ik dat, maar hierdoor produceerden de motoren uitlaatvlammen van wel vijf voet lang en de vijand zou dat op kilometers afstand kunnen zien. We hadden geluk, er werd geen contact gemaakt. De piloot sprak met geen woord over het voorval”

We onderbreken hier het verslag van Jowett en richten ons op het luchtruim van Oost-Nederland en het Duitse grensgebied, waar de nachtjagers van III./NJG1 klaarstonden.

We keren terug naar de Lancaster W4861 PH-M van F/O William Mounsey en geven Boordwerktuigkundige Jowett weer het woord:

“Een uur ging voorbij zonder problemen, ik checkte de brandstof. Ik boog naar voren bij het dashboard, keek naar beneden en ongelofelijk maar waar, ik zag een Duitse Messerschmitt Bf. 110 onder ons van stuurboord naar bakboord vliegen. Ik schreeuwde over de intercom naar iedereen en hoopte dat de piloot zou ingrijpen en de voorste schutter zou instrueren”

Walter Jowett had het goed gezien. Oblt. August Geiger, de kersverse Ridderkruisdrager, was ongezien naderbij gevlogen. Hij was door gevechtsleider Lt. Richard Harig naar de thuisvlieger gepraat en even voor halfdrie drukte Geiger op 6.000m hoogte op de afvuurknoppen: “Pauke-Pauke!”

Jowett vervolgt zijn verhaal:

“Ik was teleurgesteld. Binnen een paar seconden doordoorde een regen van 20 mm granaten de 550 Gallons brandstoftank. Ik wist dat we slechts enkele seconden hadden om het vliegtuig te verlaten, het trapje af te gaan en het ontsnappingsluik weg te trekken. Tot mijn verrassing was de bommenrichten [sergeant Albert Dews] buiten gevecht gesteld. Ik dacht dat hij gewond of dood was, trok hem naar de andere kant en op datzelfde moment stond hij op. De metalen vloerplaat moest worden verwijderd en naar buiten worden gegooid, zodat we konden springen. Ik wees naar beneden en toen ik naar boven ging, was de navigator [P/O Whitaker] bezig de overige bemanningsleden opdracht te geven om te springen en de ontsnappingsroute aan te wijzen. Ik deed mijn parachute om.

De lucht was erg heet, dus ik sprong uit het ontsnappingsluik. Toen ik naar buiten viel, voelde ik een sterke ruk en raakte buiten kennis […]. De koele lucht bracht me weer bij en het eerste waar ik aan moest denken, was een fiets die ik de avond tevoren had geleend en die ik nog niet had teruggebracht! Mijn volgende probleem was om te ontdekken of ik in Nederland of in Duitsland terecht zou komen. Even later maakte ik een prima landing midden tussen de koeien. De kogels uit het brandende wrak vlogen overal naar toe. Niemand te zien, dus ik ervandoor en na ongeveer anderhalf kilometer kon ik me in de begroeiing verschuilen. Daarna viel ik in slaap.

In de ochtend werd ik wakker door het gekwebbel van kinderen, die voorbijliepen. Ze spraken geen Duits, dus alles was in orde. Ik kwam bij een huisje en ze [de mensen die daar woonden] lieten me binnen en gaven me te eten. Helaas konden we niet met elkaar praten”

De 22-jarige bommenrichter sergeant Albert Dews wist eveneens uit het brandende vliegtuig te springen. De Brit landde bij de boerderij van Berend Jan Vosman, ongeveer op de plek waar tegenwoordig de parkeerplaats van het AC-Restaurant aan de A1 ligt. De parachute werd in een sloot verborgen en Vosman nam de aangeslagen Engelsman mee naar binnen. Daar kon de militair weer een beetje op verhaal komen en kreeg wat eieren en onvervalste surrogaatkoffie geserveerd. Dews ging zowat over zijn nek! De melk die hem vervolgens werd aangeboden, viel een stuk beter. Langzaam maar zeker kwam de bommenrichter weer op adem.

De Lancaster viel een paar honderd meter verderop neer in het Groenland bij Markelo. De overige vijf bemanningsleden hebben het niet gered. Ze werden levenloos op de plaats van inslag aangetroffen en in Markelo begraven. Weinig later arriveerden de eerste Duitsers en de politie. Exact volgens de standaardprocedure kwam de volgende ochtend om 10.30 uur in Almelo het volgende bericht binnen:

“Om 10.30 uur, kwam bij monde van den Groepscom. T. te Markelo het volgende alarmeringsbericht: ‘Namens den Groepscom. der Marechausse te Markelo, wordt de opsp. en aanh. verzocht, van twee Engelsche vliegers, afkomstig van een, in den nacht van 23 op 24 Mei 1943, te ongeveer 1.30 uur, in de gemeente Markelo neergestort Engelsch vliegtuig’. Het bericht is doorgegeven aan Centr. Enschede, Deventer en Almelo”. Getekend G.

De overijverige agenten uit Markelo lieten er geen gras over groeien. Jowett kan daar over meepraten:

“Terwijl ik door een klein dorp trok, er was weinig te zien, vroeg ik me af met wie of wat ik contact moest gaan zoeken, om weer naar Engeland terug te kunnen keren. Ik liep een heuvel op met akkers en na een kleine kilometer hoorde ik een stem achter mij: ‘For you my friend the war is over!’. Toen ik omkeek zag ik een Nederlandse politieman die een pistool op mij gericht hield. Hij was per fiets stiekem naderbij geslopen, waardoor de man me totaal verraste. Hij nam me mee naar zijn huis en telefoneerde met de Luftwaffe […]. Na verscheidene tussenstops, kwam ik in een krijgsgevangenkamp in Oost-Pruisen terecht.”

Jowett werd gearresteerd aan de Bergweg te Markelo. Albert Dews bleef rustig in de behaaglijke kamer van de familie Vosman zitten en al vrij snel kwam ook daar de politie om de vlieger te arresteren. Dews vertrok zo overhaast, dat zijn mica “Escapebox” achterbleef. Het voorwerp werd jarenlang zorgvuldig door dochter Marie bewaard. Een opmerkelijk aandenken aan een gedenkwaardige nacht. Dews werd opgesloten in kamp Heydekrug, terwijl Jowett naar Stalag 357 in Kopernikus werd afgevoerd.

Met behulp van Jowett en Dews konden de betreffende locaties uiteindelijk door H.J. Steunenberg en M.J.G. Hols worden teruggevonden. Jowett herkende zelfs het huis van de fanatieke politieman. Het bleek het pand te zijn dat destijds door politiecommandant Groeneweg werd bewoond.

In maart 1992 bezochten Jowett en Dews de crashlocatie en brachten tevens een bezoek aan de Bergweg, het huis van Groeneweg en dat van Berend Vosman. De landbouwer was inmiddels 88 jaar, maar kon zich de gebeurtenissen nog levendig voor de geest halen. In juni 1998 keerde Jowett nogmaals terug, de oorlog liet de 77-jarige niet los.

1998 Gerry Sligman-Roosdom legt samen met Walter Jowett bloemen bij de graven

Ook nu legde hij bloemen op de graven van zijn omgekomen collega’s, die worden keurig onderhouden door mevrouw Gerry Sligman-Roosdom uit Markelo, een van de vele vrijwilligsters, die graven van het Gemenebest heeft geadopteerd, als blijk van waardering voor het offer dat deze mannen voor onze vrijheid brachten. Overigens zijn ook alle gesneuvelde vliegers die in Markelo liggen, net als die in Wierden, het slachtoffer van III./NJG 1 geworden.

Over ons

De doelstelling van de stichting is om de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden en de vrijheid te vieren. Om zo huidige en toekomstige generaties er bewust van te maken dat onze vrijheid geen vanzelfsprekendheid is en niet zonder slachtoffers tot stand is gekomen.

Contact

Stichting Herdenken en Vieren Vrijheid Markelo
 info@vrijheidmarkelo.nl

Social Media